3 juli 2017

Doorbraak mobiliteitsbudget, maar ambitie moet hoger liggen

 

File (c) Belga

Na vier jaar is er eindelijk een doorbraak in het mobiliteitsbudgetdossier. De ministerraad besliste op vrijdag 30 juni 2017 om het cash-for-car-principe vanaf 2018 in te voeren. Alle pogingen die ondernomen worden om meer (bedrijfs)wagens van de baan te krijgen en werknemers te laten nadenken over hun mobiliteit, verdienen lof. Nog maar recent kregen we het nieuws op ons bord dat het aantal bedrijfswagens blijft stijgen. Het cash-for-car-principe is een eerste stap in de goede richting. Maar de ambitie moet hoger liggen. Louter cash is het mobiliteitsbudget enkel… een budget. Het cashverhaal is wat ons betreft slechts een eerste stap naar een meer duurzame en flexibele mobiliteit. Wil men echt tot een volwaardig mobiliteitseffect komen, dan moet de focus absoluut op mobiliteit liggen, en niet op nettoloon.

Het volwaardige mobiliteitsbudget is een budget dat een werknemer kan aanwenden voor verschillende vervoersmogelijkheden, met als bedoeling de files op onze wegen weg te werken en een alternatief voor de vele bedrijfswagens te bieden. Hiermee krijgt de werknemer de kans om zijn mobiliteit op een flexibele manier in te vullen. Hij kan bijvoorbeeld zijn dure bedrijfswagen inruilen voor een treinabonnement, een fiets en een kleine wagen, al dan niet in een deelformule. Op die manier wordt de werknemer sterk gestimuleerd om te kiezen voor alternatieve vervoersmodi. Met extra netto kan het perfect gebeuren dat de werknemer gewoon zelf een kleinere, misschien wel meer vervuilende wagen koopt. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Lees hieronder de artikels die hierover verschenen op 1 juli 2017:
De Morgen
Het Laatste Nieuws
De Standaard
De Gazet Van Antwerpen
Het Belang van Limburg

Foto (c) Belga

Categorie: 
 

Twitter

Volg mijn foto's